Hoe leg je aan je kind uit wat hoogbegaafdheid is zonder het groter, zwaarder of spannender te maken dan nodig?Welke woorden gebruik je? Hoe voorkom je dat je kind denkt dat het “anders”, “raar” of “beter” is? En hoe leg je uit waarom dingen soms zo moeilijk voelen, terwijl het denken zo makkelijk gaat?
Deze praatplaat helpt je daarbij. De praatplaat ‘Ik? Hoogbegaafd?!’ is speciaal gemaakt om met een kind in gesprek te gaan over hoogbegaafdheid. Visueel, herkenbaar en overzichtelijk.
Je kind ziet:
Deze praatplaat zegt niet: je bent slim. Maar: je brein werkt anders.
Hoogbegaafde kinderen:
Voor veel hoogbegaafde kinderen is dit de eerste keer dat iemand zegt: “Dit is hoe jouw hoofd werkt. En dat is oké.”
Je kunt de praatplaat:
Voor ouders die hun kind:
Of je nu net bevestigd kreeg dat je kind hoogbegaafd is,of al langer weet dat zijn of haar brein anders werkt. De praatplaat helpt in je gesprek.
Of voor professionals die werken met hoogbegaafde kinderen. Bijvoorbeeld:
– Orthopedagogen
– Psychologen
– Coaches
– Therapeuten
– Artsen
– Hb-praktijken
Et cetera
Voor hoogbegaafde kinderen geldt: liever eerlijk dan vaag.
Kinderen voelen hun anderszijn al vroeg. Als jij het niet benoemt, vullen zij het vaak zelf in. Meestal met iets negatiefs. Goede uitleg voorkomt de ontwikkeling van onzekerheid.
Deze praatplaat kan je helpen. Pak hem erbij en praat er samen over. Gebruik helpende zinnen, zoals die op de praatplaat: “Jij denkt heel snel en diep. Je hoofd maakt veel verbindingen tegelijk. Dat is fijn, maar soms ook druk.”
Het doel is om hoogbegaafdheid te normaliseren, je kind zelfvertrouwen te geven, en woorden te geven aan wat je kind van binnen voelt. Wat je als ouder wilt vermijden is 0ver hoogbegaafdheid zwijgen of het te bijzonder maken.
Hoogbegaafdheid zegt niks over waarde. Het betekent dat leren soms juist lastiger is, omdat school is gemaakt voor gemiddelde breinen. De praatplaat leert je kind dat hulp normaal is. Het doel is zelfbegrip, niet trots of schaamte.
Deze praatplaat kun je gebruiken vanaf een jaar of zes, wanneer je voelt dat je kind eraan toe is. Sommige zeer hoogbegaafde kinderen zijn er vanaf een jaar of vier, vijf al aan toe om uitleg te krijgen over hoe hun brein werkt. Andere hoogbegaafde kinderen zijn er rond een jaar of zeven, acht aan toe. Vanaf een jaar of 9, 10 kun je ook mijn andere praatplaten erbij gebruiken om je kind uitleg te geven over hoogbegaafdheid, verveling, asynchrone ontwikkeling, de overexcitabilities en hoogsensitiviteit.
Je krijgt de praatplaten die je in deze webshop besteld als digitale download, in de hoogste resolutie. Dit zodat je ze zelf kunt printen op het gewenste formaat (t/m A0). Je kunt ze dan bijvoorbeeld ook in je PowerPoint gebruiken (voor niet-commercieel gebruik). Je krijgt dus niets per post thuisgestuurd.
Tip: wil je zelf ook leren zakelijk tekenen? Volg mijn online cursus zakelijk tekenen!
Kernonderzoek (intelligentie, hersenen, cognitie)
Barbey, A. K. (2018). Network neuroscience theory of human intelligence. Trends in Cognitive Sciences, 22(1), 8–20.
Jung, R. E., & Haier, R. J. (2007). The Parieto-Frontal Integration Theory (P-FIT) of intelligence. Behavioral and Brain Sciences, 30(2), 135–154.
Deary, I. J. (2012). Intelligence. Annual Review of Psychology, 63, 453–482.
Shaw, P., et al. (2006). Intellectual ability and cortical development in children and adolescents. Nature, 440(7084), 676–679.
Executieve functies, vooruitdenken, complex denken
Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.
Miyake, A., & Friedman, N. P. (2012). The nature and organization of executive functions. Current Directions in Psychological Science, 21(1), 8–14.
Kane, M. J., & Engle, R. W. (2002). The role of prefrontal cortex in working-memory capacity. Psychonomic Bulletin & Review, 9(4), 637–671.
Kroesbergen, E. H., Verkaik, D., & Van Gerven, E. (2016). Executieve functies en begaafdheid. In De Gids: Over begaafdheid in het onderwijs (pp. 223–240).
Virtus-Palacios, D. (2025). Screening high abilities through executive functions.
Rojas-Barahona, C. A., et al. (2021). Executive functions and intelligence in gifted students.
François-Sévigny, J., et al. (2026). Executive function behaviors in intellectually gifted youth.
Creativiteit, associatief denken, divergent denken
Beaty, R. E., Benedek, M., Silvia, P. J., & Schacter, D. L. (2016). Creative cognition and brain network dynamics. Trends in Cognitive Sciences, 20(2), 87–95.
Sowden, P. T., Pringle, A., & Gabora, L. (2015). The shifting sands of creative thinking. Thinking & Reasoning, 21(1), 40–60.
Karwowski, M., & Gralewski, J. (2013). Threshold hypothesis: Fact or artifact? Thinking Skills and Creativity, 8, 25–33.
Prikkelverwerking, intensiteit, gevoeligheid
Dabrowski, K. (1972). Psychoneurosis is not an illness.
Kroes-Zwama, L. (2023). Giftedness, sensory processing and executive functioning.
Motivatie, verveling, uitdaging nodig
Csikszentmihalyi, M. (1990). Flow: The psychology of optimal experience.
Davidson Institute. (2026). Neuroscience of giftedness: Increased brain activation.
Sociale en emotionele kenmerken (rechtvaardigheid, anders voelen, intensiteit)
Rinn, A. N., & Bishop, J. (2015). Gifted adults: A systematic review. Gifted Child Quarterly, 59(4), 213–235.
Subotnik, R. F., Olszewski-Kubilius, P., & Worrell, F. C. (2011). Rethinking giftedness. Psychological Science in the Public Interest, 12(1), 3–54.
Worrell, F. C., et al. (2019). Talent development framework.
Moderne (2020–2026) integratieve modellen van hoogbegaafdheid
Kuznetsova, E., et al. (2024). Cognitive and physiological correlates of giftedness.
Delgado-Valencia, L., et al. (2025). Identification of giftedness: A systematic review.
Ziegler, A., et al. (2025). Conceptions of giftedness and gifted education.
Poirier, J. (2025). Gifted adults: Exploratory study.
Miedijensky, S. (2025). Gifted development and early experiences.
Aghanouri, R. (2024). Neurobiological definition of intelligence.
Giftedness: A critical analysis of theories and identification (2026)




